Goed begin van de werkweek

Al weken ben ik verslaafd aan luisteren naar afleveringen van de 'Vogelspotcast'. Wereldrecordhouder vogels kijken Arjan Dwarshuis gaat in deze Vogelspotcast wekelijks op vogelsafari met jeugdvriend Gisbert van Baalen, die nog geen kraai van een ekster kan onderscheiden. Hun enthousiasme is aanstekelijk, de humor en chemie tussen beide heren werkt op mijn lachspieren. Tegelijkertijd leer ik nóg meer over allerlei vogelsoorten die zij tijdens het opnemen van de podcasts waarnemen. Mijn wensenlijstje van te bezoeken gebieden wordt ook steeds langer, sinds ik luister naar deze Vogelspotcast. Ik leer welke vogels wanneer aan hun lange reis naar het zuiden beginnen en waarom welke vogels als eerste terugkeren of weer vertrekken. Ik leer wat 'onomatopee' betekent, waarom een woudaap een woudaap heet en hoe de naam 'putter' is ontstaan.

Ook op sociale media valt er veel te leren door mensen te volgen met dezelfde hobby als ik: natuur en fotografie. Op die manier kom ik zo nu en dan te weten in welk gebied een bepaalde diersoort zich bevindt. Hierdoor kwam ik met Nick al terecht in de Biesbosch om op zoek te gaan naar visarend en zeearend. Zo vond ik eindelijk ook de plek waar de boomkikkers in de Brand zich bevinden. De laatste weken zag ik al een paar keer foto's van bosuilen verschijnen, genomen vanuit het Plantloon in Waalwijk. Natuurgebied het Plantloon lig in de schaduw van de drukbezochte Loonse en Drunense Duinen, maar is zeker niet minder mooi!

Vandaag is het maandag. Zoals altijd mijn eerste werkdag van de week. Pas om 10.00u heb ik een afspraak bij een gezin in Waalwijk. Het weer lijkt redelijk te zijn, dus ik besluit om ruim een uur eerder richting Waalwijk te gaan en door Plantloon te gaan struinen, op zoek naar de bosuilen. Na het parkeren van mijn auto, loop ik naar het bord van Natuurmonumenten. Er is een rode route van 5km maar dat haal ik niet in het uurtje dat ik nu maar heb. Gelukkig is er een mogelijkheid om de route een stuk af te snijden. Nu maar hopen dat ik de uilen ergens langs deze route ga vinden.

De zon begint al door de bomen te schijnen waardoor er hier en daar zonneharpen verschijnen. Er is een houten brug/pad over het water. De zonneharpen vallen hier precies door de bomen heen over het water en op de waterlelies die aan de oppervlakte liggen. Wat verderop zie ik de gehele bodem in het bos links en rechts naast mij bedekt met mos. Ik geniet nu al van de wandeling en heb nog niet eens een uil gezien. Wanneer ik bij een vijfsprong aankom, twijfel ik: volg ik de route of ga ik het beukenlaantje in? Achter mij lopen twee hard kletsende dames stevig door en volgen het pad van de rode route. Voor mij een teken dat ik dan maar het beukenlaantje in loop. Na de beukenlaan kijk op mijn horloge. Al bijna een half uur voorbij. Zo ga ik natuurlijk de uilen nooit vinden. Op goed geluk loop ik verder rechtdoor. Dat werkt. Er komt mij een wandelaar tegemoet gelopen met een fotocamera in de hand. Het geluk lijkt aan mijn broek te hangen want deze meneer vertelt op mijn vraag dat hij net bij de uilen vandaan komt. “Er zitten er nu zelfs twee, mevrouw!” Hij laat me een foto zien die hij zojuist heeft gemaakt en wijst me de weg. In zijn 'wegwijs-verhaal' zit een punt van herkenning dat makkelijk te onthouden is. Daar aangekomen twijfel ik echter welke kant ik in moest na dit punt. Was dat nu rechts er langs of links? Ik ga eerst rechts er langs. Aan de linkerkant in het bos staan reeën in het zonlicht. Ze blijven roerloos staan en kijken mij recht aan. Ik kan op mijn gemak mijn lens uit mijn tas halen en ze uitgebreid fotograferen. Soms gaan ze onverstoorbaar door met eten om dan weer even op te kijken. Één reebok staat vlak langs het pad, nog geen 10 meter bij me vandaan. Wanneer ik bij een huis kom, weet ik dat ik niet goed zit. Omdraaien dus. Bij het herkenningspunt links dan maar. Na zo’n 50m zie ik een smal paadje rechtsaf het bos in. Dit maar eens proberen. Ook hier kan ik dezelfde reeën goed bekijken. Al weer komt een wandelaar mij tegemoet. Een oudere man met een sjekkie tussen zijn vingers spreekt me aan: “Schôon war, die reeje. Het zèèn dur tweej, hedde dè gezien?” Ik vertel hem dat ik er zelfs drie heb gezien. Ik vraag hem naar de uilen. “Die zitte hier om ut huukske in een half dooie bôom, vrouwke. Ik stap wel efkes meej oe terug.” Hij loopt voor me uit. Zijn sjekkie is inmiddels zo ver opgerookt dat het niet anders kan dat zijn vingers zeer moeten doen maar hij geeft geen kik. Een hijs nemen doet hij ook niet. Het sjekkie blijft gewoon tussen zijn vingers zitten. Zijn bruine vingers doen me denken aan mijn opa. Al snel wijst hij de boom aan. “Daor bove da grôôte gat zit er eene.” Meneer is verbaasd wanneer ik hem vertel dat er twee zitten. Verrukt kijkt hij door mijn verrekijker, die ik hem uitleen. Zo goed heeft hij ze nog nooit kunnen zien. Hij blij, ik blij. Na zijn geruststelling dat ik de uilen ook gewoon van voren kan fotograferen, leg ik ze van alle kanten vast. “Dees is een druk wâandelpad. Die uile blèèven gewôôn zitte, die trekke zich nèreges wè van aon.”

Ik bedank de goede man wel 3 keer. Zijn sjekkie is verdwenen. Zal onderhand op zijn. Zo snel als ik kan, wandel ik terug richting auto. Gelukkig kom ik maar 5 minuten te laat aan bij het gezin. De werkweek kan niet beter beginnen.








26 views0 comments

Recent Posts

See All